De mevrouw met de mooie jas

Toen ik gisteren na mijn werk vanuit het Amstelstation naar huis liep, liep er voor me een mevrouw  in een heel mooie jas. We liepen langzaam om nog even van het mooie weer te genieten, dat doordat de klok verzet was een uur langer duurde hoewel het een uur later begonnen was. Geloof ik. We stonden stil bij het stoplicht na de Berlagebrug, zij een klein stukje dichter bij de trottoirrand dan ik. Toen het licht op groen sprong, staken we over. Ik had de wachttijd nuttig gebruikt door uit te puzzelen hoe ik, eenmaal aan de overkant aangekomen, verder zou lopen, want het terras van Café Vrijdag had zich dankzij het mooie weer exponentieel uitgebreid.

 

De blindenstrook wordt netjes vrijgehouden

 

Links  eromheen kon je je tussen de geparkeerde fietsen en het terras doorwurmen, rechts was de blindenstrook zowaar nog vrij. De fiets die daar bijna bovenop geparkeerd stond, vastgeketend aan de fietswegwijzer, had een rood papieren strookje aan het stuur, wat betekende dat de gemeente gedreigd had hem binnenkort weg te zullen komen halen. De horde overstekende voetgangers spleet uiteen om het terras als de Rode Zee om het volk Israel. De mevrouw met de mooie jas week, net als ik, uit naar rechts. Toen stond ze ineens stil, bukte en raapte een glimmend metalen schijfje van de grond ter grootte van – ik wou zeggen: een rijksdaalder. Ik hield ook in en keek opzij naar wat ze in haar hand had. Lag er hier op deze populaire wandelroute zomaar een twee euro muntstuk op straat?

april 2019, met rode strook aan het stuur

 

Maar de werkelijkheid bleek veel mooier en wonderlijker: “Mijn knoop! Die ben ik vanmorgen verloren!” zei ze en wees de plek op haar jas aan waar de draadjes nog uitstaken. Ik deed even mijn oortjes uit, we prezen samen het universum en daarna liepen we verder, zij wederom voorop en een stuk sneller nu.

 

 

juni 2018 (bron: Google streetview)

Achter de schermen: Quenau

Ik moet hier wel verwijzen naar het boekje Stijloefeningen van Raymond Quenau, ook al kan ik het nu niet vinden in mijn boekenkast. Ik had er zelfs twee. Misschien heb ik ze weggegooid. Dus uit het hoofd en met hulp van Google: het is oorspronkelijk een Frans boekje (Exercises de style) waarin 99 keer hetzelfde verhaaltje verteld wordt, maar dan steeds in een andere stijl. De Nederlandse vertaling, van Rudy Kousbroek, briljant naar men zegt, gaat over een man in lijn 24 (dit is echt uit mijn hoofd) die een knoop van zijn jas mist. Ik heb het al in geen jaren gelezen en ik vond het eerlijk gezegd een vreselijk boekje. Maar het schijnt erg grappig te zijn (‘grappog’, lees ik steeds vaker en dat vind ik dan weer wel heel leuk). En desondanks vermoed ik dat, naast het feit dat ik het leuk vond om iemand een verloren knoop te zien terugvinden en vanwege het korte blije contact dat je dan even kunt hebben met een onbekende medebewoner van het universum, ik bovenstaand stukje toch ook geschreven heb omdat de gebeurtenis me herinnerde aan die zeikerige man in lijn 24. Ik vind ergens kennelijk dat wij schrijvers elkaar moeten blijven citeren om een soort van netwerk van losjes verbonden verhalen te creeren die onszelf en onze lezers een houvast te bieden tegen het meedogenloze klotsen van een metaforische zee.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *